Onder de begroeiing van het Plateaux bij Lommel zat een sluisje verstopt. Letterlijk. Bomen en overige begroeiing hadden het monumentale Sluiscomplex 't Saske zo overwoekerd dat er van het originele sluisje weinig samenhangend metselwerk meer over was. Toen werkvoorbereider Robbin van Mersbergen er voor het eerst kwam, zag hij vooral een grote groene oase. Robbin is werkzaam bij De Bonth van Hulten en in opdracht van Natuurmonumenten en Erfgoed Lommel kregen zij de taak het complex weer in werkende staat te brengen. Met een paradox in het achterhoofd: het gerestaureerde werk moet straks niet opvallen.
"Als je hier aan het begin van de werkzaamheden zou komen als leek, was het gewoon een ruïne", vertelt Robbin. "We zagen stukjes metselwerk waarvan we de stenen zonder gereedschap los konden trekken. Dan weet je: hier is wel het een en ander aan de hand." Tekeningen waren er niet. Het sluisje moest eerst voorzichtig worden vrijgelegd om te kunnen zien wat er nog stond. En het bleek een rijke geschiedenis te dragen. Het complex bestaat uit een hoofdsluis en een omloopsluisje. Met dat omloopsluisje regelden ze vroeger het waterniveau zo dat er een poel ontstond. “Daar hebben aanwonenden zo'n zestig jaar geleden zwemles gehad. Ze kwamen kijken toen we begonnen en hadden zelfs nog foto's. Dat soort dingen leer je pas als je daar echt aan de gang gaat.”
Belgisch grondgebied, Nederlandse opdrachtgever
't-Saske staat op Belgisch grondgebied, terwijl De Bonth van Hulten samen met Natuurmonumenten als Nederlandse partijen de restauratie aansturen. Voor Robbin betekende dat administratief een extra puzzel. Voor Nederlands personeel dat in België werkt hebben we van tevoren behoorlijk wat moeten regelen. Contracten met onderaannemers die fiscaal sluitend moeten zijn, vergunningen die voor het ene perceel wel en het andere niet nodig waren. "De vakmannen en -vrouwen willen gewoon mooi werk maken en zich daar niet mee bezig hoeven te houden", zegt hij. “Die mogen niet aan het eind van het jaar een naheffing krijgen uit België omdat ik het niet goed geregeld heb. Dat moet je van tevoren goed dichttimmeren.”
Het was Robbin’s eerste sluisproject. Het wiel hoefde niet opnieuw te worden uitgevonden, dus schakelde hij een externe adviseur in met ervaring in sluisrestauraties. Die hielp met het omleiden van water, het plaatsen van damwanden en het kiezen van materialen die bestand zijn tegen een natte omgeving. Natuurmonumenten gaf aan welke bomen mochten worden verwijderd. Ook de boswachter speelde hierin een belangrijke rol: hij wist bijvoorbeeld precies welke vogels er zaten en hield rekening met de ecologische waarden in het gebied. Daarnaast reguleerde hij het waterniveau in de aanvoerkanalen. “Een half jaar zonder water gaat niet goed. Vegetatie verdroogt, vogels verdwijnen. Dat heeft gevolgen voor het hele ecosysteem.”
Stenen die mogen blijven
Bij restauratie geldt: houd rekening met de geschiedenis, gebruik bestaande materialen waar mogelijk en laat nieuw werk aansluiten op wat er al ligt. Bakstenen die nog heel waren, bikten ze uit en maakten ze schoon om ze opnieuw te plaatsen. Voor natuursteen die er te slecht aan toe was, ging een stuk mee naar de steenhouwer om dezelfde soort en afwerking te vinden. Voor het voegwerk zette het team kleurmonsters op, om samen met de opdrachtgever de juiste tint te kiezen. "Dat zijn de leuke dingen die je gewoon zo in overleg kan doen", zegt Robbin. “In plaats van dat alles van tevoren bepaald is, zoals bij nieuwbouw.” Ook duurzaamheid kreeg een plek. In de werkkeet stond een tank met regenwater voor de toiletten, iets wat bij projecten in België al jaren wordt toegepast. Bij elk nieuw werk treffen ze voorzieningen om regenwater op te slaan en te hergebruiken, bijvoorbeeld om de tuin te sproeien of het toilet door te spoelen. “Wij lopen in Nederland voor op hergebruik van materialen, België loopt voor op regenwatergebruik. Zo leer je van elkaar.”
Eind juni levert het team 't Saske op. Het terrein is daarna openbaar toegankelijk, dus wie wil kan straks gewoon gaan kijken. Vers voegwerk en nieuwe stenen die in de jaren erna geleidelijk mee verkleuren met het origineel. “Ons werk moet eigenlijk niet opvallen. Dan hebben wij het goed gedaan.”
